Zodra ik kon lezen verslond ik de Donald Duck en de Tina. Niet veel later ging ik regelmatig naar de openbare bibliotheek en las voornamelijk strips, zoals Alex, Red Sonja, Kuifje, Blake en Mortimer, Suske en Wiske, Yoko Tsuno, Asterix. Via een vriend van mijn vader heb ik alle albums van Kuifje kunnen lezen. Ook knipte ik Panda en Tom Poes uit de krant en heb nog enkele van deze verhalen ruim 30 jaar bewaard in enveloppen. Daarna ontdekte ik de albums van Tom Poes en Heer Bommel en heb de meeste gelezen en bekeken. Ook kreeg ik van mijn vader twee verzamelalbums van Eppo en losse exemplaren, en een oud Vlaams verzamelalbum van Mickey uit de jaren vijftig, ik heb ze nog steeds. Pas later, toen ik ‘volwassen’ was, ontdekte ik de Duistere Steden, Franka, De Holle Aarde en Ravian. Die laatste heb ik zo vaak herlezen dat ze nu uit elkaar vallen. Nog later ontdekte ik de graphic novel en was meteen verkocht. Pas in maart 2016 begon ik serieus zelf met het tekenen van strips na aanleiding van een brainstrommiddag met een vriendin. Het eerste karakter werd Het konijn van Alice. Ik heb tips en trucs opgezocht online en ben zoveel mogelijk gaan tekenen. Al snel werd ik opgepikt door Metro en 2-3 keer per week geplaatst, van 2,5 x 3,5, en 4,5 x 6,5 tot wel 10 x 10 centimeter groot. De komende weken tot maanden ga ik aan de slag met diverse handleidingen en het bedenken en uitwerken van nieuwe figuren, houdingen en gelaatsuitdrukkingen.