Al voordat ik kon lezen verslond ik de Donald Duck en de Tina, eerst alleen de tekeningen, pas later ook de tekst. Niet veel later ging ik regelmatig naar de openbare bibliotheek en las voornamelijk stripverhalen, zoals Alex, Red Sonja, Kuifje, Blake en Mortimer, Suske en Wiske, Yoko Tsuno, Asterix. Via een vriend van mijn vader heb ik alle albums van Kuifje kunnen lezen, bingewatchen in de jaren tachtig. Ook knipte ik Panda en Tom Poes uit de krant en heb nog enkele van deze verhalen ruim 30 jaar bewaard in enveloppen. Daarna ontdekte ik de albums van Tom Poes en heb de meeste gelezen en bekeken. Ook kreeg ik van mijn vader twee verzamelalbums van Eppo en losse exemplaren, en een oud Vlaams verzamelalbum van Mickey uit de jaren vijftig. Ik heb deze nog steeds. Pas later, toen ik ‘volwassen’ was, ontdekte ik de Duistere Steden, Franka, De Holle Aarde en Ravian. Die laatste heb ik zo vaak herlezen dat ze nu uit elkaar vallen. Nog later ontdekte ik de graphic novel en was meteen verkocht. Pas in maart 2016 begon ik zelf serieus met het tekenen van strips na aanleiding van een brainstormmiddag met een vriendin. Mijn eerste karakter werd Het konijn van Alice. Ik heb tips en trucs opgezocht online en ben zoveel mogelijk gaan tekenen. Al snel werd ik opgepikt door Metro en 2-3 keer per week geplaatst, tot wel 10 x 10 centimeter groot. In 2018 ik aan de slag gegaan met diverse handleidingen en het bedenken en uitwerken van nieuwe figuren, houdingen en gelaatsuitdrukkingen.